Brandveiligheid van gevels: zekerheid door geteste prestaties
Een brandveilige gevel begint bij inzicht in prestaties, regelgeving en praktijkgedrag. Door end-use testen, juiste BBL-brandclassificatie en toetsing volgens NEN 6068 krijgt u zekerheid over hoe een gevel zich bij brand werkelijk gedraagt. Deze combinatie van testen, berekenen en valideren vormt de basis van aantoonbare brandveiligheid van gevels – van ontwerp tot uitvoering.
1. End-use testen – inzicht in werkelijke prestaties
Brandveiligheid van gevels draait om het totale systeem, niet enkel om afzonderlijke materialen. Isolatie, bevestiging, ventilatie en detaillering beïnvloeden allemaal het brandgedrag. End-use testen bieden daarom het meest betrouwbare inzicht: ze beoordelen het gevelsysteem zoals het daadwerkelijk wordt toegepast in de bouw, inclusief alle relevante componenten.
In tegenstelling tot standaard materiaaltesten tonen end-use testen aan hoe een gevel zich gedraagt onder reële omstandigheden. Dit levert ingenieurs en adviseurs data op die direct toepasbaar zijn voor risicoanalyses, prestatieverklaringen (DoP) en de onderbouwing van gelijkwaardige oplossingen binnen het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Alleen met zulke praktijkgerichte informatie kan een gevelsystematisch als brandveilig worden beschouwd.
2. Brandklasse-eisen volgens het BBL voor laagbouw en middelhoge gebouwen
Het BBL stelt duidelijke eisen aan de brandklasse van gevelmaterialen, afhankelijk van de hoogte, gebruiksfunctie en situering van het gebouw. Voor laagbouw en middelhoge gebouwen – tot 30 meter hoogte – ligt de nadruk op brandreactie, rookontwikkeling en druppelvorming van het toegepaste gevelmateriaal.
De classificatie wordt bepaald volgens NEN-EN 13501-1, waarbij materialen worden ingedeeld van A1 (onbrandbaar) tot F (geen prestatie bepaald).
Voor de meeste geveltoepassingen in laagbouw geldt een minimale eis van klasse D-s3,d0, terwijl bij gebouwen boven de 13 meter of met verhoogde brandrisico’s vaak klasse B-s3,d0 wordt gevraagd.
Een juiste brandklasse voorkomt dat een gevel bijdraagt aan snelle branduitbreiding en waarborgt dat rookontwikkeling beperkt blijft. Dit is essentieel voor de veiligheid van bewoners, gebruikers en brandweerpersoneel, maar ook voor naleving van de eisen bij vergunningverlening.
3. Brandoverslag volgens NEN 6068 – beheersing van risico’s in de spouw
Naast de brandreactie van gevelmaterialen is ook brandoverslag tussen compartimenten een belangrijk aandachtspunt. De norm NEN 6068:2020 beschrijft hoe de weerstand tegen brandoverslag en branddoorslag (WBDBO) wordt berekend tussen brandcompartimenten of gebouwen.
Voor laagbouw en middelhoge gebouwen is een WBDBO van minimaal 30 minuten in de meeste situaties voldoende. Deze eis geldt bijvoorbeeld tussen afzonderlijke compartimenten binnen één gebouw of tussen gevels van verschillende gebouwen met voldoende afstand (≥ 5 meter). Wanneer de afstand kleiner is of de functie een verhoogd risico kent (zoals zorg- of logiesfuncties), kan een hogere eis – tot 60 minuten WBDBO – van toepassing zijn.
Brandoverslag via de spouw vormt hierbij een cruciaal risico. Hitte, rook en vlammen kunnen zich verplaatsen door convectie, straling of vlamdoorslag. Een correcte detaillering van de spouw, gecombineerd met brandwerende onderbrekingen en getest isolatiemateriaal, voorkomt dat vuur zich van verdieping tot verdieping of compartiment tot compartiment kan uitbreiden.
Kortom:
Voor laagbouw en middelhoge gebouwen tot 30 meter ligt de nadruk op gecontroleerd brandgedrag en voldoende weerstand tegen brandoverslag. Door praktijkgerichte end-use testen, een correcte BBL-brandklasse en een onderbouwde berekening volgens NEN 6068, ontstaat een gevel die aantoonbaar veilig is. Dat is de essentie van betrouwbare brandveiligheid van gevels: niet vertrouwen op aannames, maar bouwen op feiten, geteste prestaties en normen die hun waarde in de praktijk hebben bewezen.
