Testresultaten: spouwventilatie achterhout bij gevelbekleding
Ventilatie achterhout onder de loep
Hoe goed ventileert achterhout bij gevelbekleding? Om dat te achterhalen hebben we vijf verschillende opstellingen getest. Met rook en warmte maakten we luchtstromen zichtbaar die normaal verborgen blijven. De resultaten leveren verrassende inzichten op voor ontwerp en uitvoering.
Testopzet - We voerden een vergelijkingstest uit met vijf soorten achterhout-opstellingen. De ventilatie werd gevisualiseerd met behulp van rook in een met een IR-lamp opgewarmde spouw. Door de warmteopbouw achter de plexiglazen bekleding ontstond het schoorsteeneffect. De gevelelementen hadden een hoogte van 3100 mm en een breedte van 600 mm. Conform het Bouwbesluit is de luchtinlaat aan de onderzijde beperkt tot een maximale opening van 10 mm. Deze beperking maakte de verschillen in ventilatie tussen de opstellingen extra zichtbaar.



Testopstelling elementen in video: (zie onder)
Element A: de traditionele oplossing: dubbel lattenwerk; 18mm & 28mm latten.
Element B: enkele ventilatie regel 40mm (hor.) h.o.h. 400mm - 19x150mm openingen
Element C: enkele ventilatie regel 40mm (hor.) h.o.h. 400mm - 15x150mm openingen
Element D: enkele ventilatie regel 40mm (hor.) h.o.h. 400mm - 10x150mm openingen
Element E: enkele ventilatie lat 21mm (hor.) h.o.h. 600mm - 5-10mm “halve maantjes”.
Resultaten & conclusie Uit de rooktests blijkt dat Element A (dubbel lattenwerk) en Element B (ventilatieregel) qua ventilatieprestaties duidelijk gelijkwaardig zijn (zie video hieronder). Deze observatie is bevestigd in het laboratorium in Wageningen, waar dezelfde wandelementen zijn getest met nauwkeurige meetapparatuur en ACH-metingen (Air Changes per Hour). Hierbij werd gekeken naar uitgaande temperatuur, luchtsnelheid en debiet. De meetresultaten kwamen volledig overeen met de visuele rooktests.
📄 Het volledige testrapport is op verzoek ter inzage beschikbaar.
Spouwventilatie en schoorsteeneffect
Voor het behoud van dichte gevelbekleding is een goed geventileerde spouw noodzakelijk. Men bewerkstelligt dit door in de spouw achter de gevelbekleding een gecontroleerde luchtstroom te creëren tussen de buitenbekleding en de draagmuur of isolatie. Dit is hoe het systeem doorgaans functioneert:
1.) Luchtinlaat en -uitlaat:
Er worden openingen voorzien aan de onder- en bovenkant van de gevelbekleding. Koude buitenlucht komt binnen via de onderkant van de spouw. Door de warmte in de spouw stijgt de lucht naar boven en verlaat deze het systeem via de bovenliggende openingen. Dit proces, vergelijkbaar met een schoorsteenwerking, wordt ook wel het “chimney effect” genoemd.
2.) Vochtregulatie:
De voortdurende luchtstroom helpt vocht dat via regen of condensatie achter de bekleding komt afvoeren. Dit voorkomt dat vocht zich ophoopt, wat kan leiden tot schimmel, houtrot of andere vochtgerelateerde schade. Condens- of regen-water wat niet direct verdampt, draineert eerst via de afgeschuinde ventilatie regels naar beneden.
3.) Thermische isolatie:
De luchtcirculatie zorgt ervoor dat overtollige warmte, die door zonnestraling wordt opgebouwd op de buitenbekleding, efficiënt wordt afgevoerd. Hierdoor blijft de bouwconstructie koeler, wat de energie-efficiëntie ten goede komt.
4.) Drukvereffening:
Doordat er een constante luchtstroom aanwezig is, worden drukverschillen tussen de buitenlucht en de binnenzijde van de spouw verminderd. Dit helpt om binnendringend regenwater tegen te gaan en draagt bij aan de duurzaamheid van de gevel.
Kortom, een geventileerde spouw achter dichte gevelbekleding zorgt voor een natuurlijke luchtcirculatie die zowel vocht als warmte effectief afvoert, wat de algehele prestaties en levensduur van de gevel verbetert.
Voor achterhout (t.b.v. montage gevel bekleding) bestaat geen geharmoniseerde norm binnen de Europese CPR wetgeving. Hierdoor is het niet toegestaan om een DoP verklaring op te stellen. Voor gebruik voor BBL, WKB en KOMO HSB is alle beschikbare technische (test)-informatie samengevat en beoordeeld door de SKH. Zie PDF: www.mhi.nl/cert/SKH-065.pdf
Laminaire luchtstroom = gladde, gelijkmatige luchtlaag zonder veel menging. ➜ Rustig, maar transporteert weinig vocht omdat de luchtlagen nauwelijks mengen. Traditioneel dubbel lattenwerk heeft een Laminaire luchtstroom.
Turbulente luchtstroom = wervelend, chaotisch, met menging van luchtlagen. ➜ Zorgt voor betere verdamping en vochttransport. Mclad® V18 heeft een turbulente luchtstroom. (zie video, wand 2 van links, mhi.nl/producten/gevel-achterhout/afgeschuinde-ventilatie-regels/info-spouwventilatie
Ja, dit verschil komt door de zaagwijze. De MCLAD V18 wordt gezaagd uit 47x100 mm zogenaamd centrumhout, dat uit het midden van de stam komt (meestal stammen met een kleinere diameter).
De standaard latten van 21 en 28 mm worden daarentegen doorgaans gezaagd uit 22x100/150 mm of 32x150 mm zogeheten sideboards, vaak afkomstig van stammen met een grotere diameter dan de 47x100 mm.
Daardoor bevatten deze latten doorgaans grotere en minder "gezonde" kwasten, wat de sterkte op de bouwplaats niet ten goede komt.
De noordgevel ontvangt het minste zonlicht van alle gevels. Een donkerdere kleur absorbeert meer zonnestraling dan een lichte tint en draagt daardoor bij aan een lichte opwarming van de gevel. Bij een dichte gevelbekleding is deze warmte van belang voor de werking van de geventileerde spouw: de opwarming zorgt voor het zogeheten schoorsteeneffect, waarbij de luchtstroom in de spouw wordt bevorderd en een correcte ventilatie wordt gewaarborgd.
Een veelvoorkomende fout bij gevelbekleding is dat men wél de gevel van een correcte luchtinlaat aan de onderzijde voorziet, maar géén luchtuitlaat aan de bovenzijde. Hierdoor ontstaat er géén schoorsteeneffect en functioneert de ventilatie van de spouw niet zoals bedoeld.
Ook komt het voor dat men wel een luchtuitlaat aan de bovenzijde aanbrengt, maar de bekledingsdelen laat doorlopen tot in de boei of het overstek. In dat geval ventileert de spouw op warme lucht, waardoor het schoorsteeneffect alsnog uitblijft. Bovendien leidt dit tot opstapeling van vochtige lucht in de boei of het overstek, met risico op schade.
Bij dichte gevelbekleding moet daarom altijd zowel de luchtinlaat aan de onderzijde als de luchtuitlaat aan de bovenzijde rechtstreeks ventileren op koude buitenlucht. Correcte ventilatie is van essentieel belang voor een duurzame werking en lange levensduur van de gevelconstructie.

